periode

1968 -  heden

bezetting

Don Rosenbaum gitaar, zang

Het begon allemaal met de enorme interesse die Don, en met hem een hele generatie jongeren, had voor popmuziek eind jaren 50, begin jaren 60, en die toen eigenlijk alleen maar uitgezonden werd door Radio Luxemburg. Geinspireerd door die eerste engelstalige popartiesten was er maar een grote wens: zelf muziek maken. Dat was tamelijk makkelijk te realiseren omdat broer Edo hem wel gitaar wilde leren spelen. Toen dat allemaal gebeurd was werd er al heel snel gespeeld en opgetreden met verschillende bandjes die voornamelijk covers speelden van de zo bewonderde engelse- en amerikaanse artiesten.
Toen dit leventje van versterkers sjouwen, in busjes zitten, en in rokerige zaaltjes spelen hem eind jaren zestig uiteindelijk de keel ging uithangen, ontstond het idee zelf nummers te gaan schrijven, maar die moesten dan wel ergens over gaan. Alle goede bedoelingen ten spijt bleken platenmaatschappijen in Nederland daar echter niet zozeer in geinteresseerd, maar wel in lekkere commerciele melodietjes die je in een keer in je kop had zitten.
Teleurgesteld werd toen besloten om het als duo samen met vriend Arnold eens in Engeland te gaan proberen met Simon & Garfunkel-achtige muziek. Er werden in Londen een paar audities geregeld, en bij de eerste de beste al was men geinteresseerd. De twee werden bij Liberty Records hartelijk ontvangen door producer Mike Batt die graag een single met hen wilde opnemen, maar dan wel met een a-kant van een componist uit de Liberty-stal. Dit nummer heette " Suzie's getting married ", en werd geschreven door B.Findon. De b-kant was wel een eigen nummer en heette "I've been dreaming " . Toen deze single medio 1968 uitkwam en vervolgens op allerlei manieren gepromoot werd, kwam er al gauw een reactie van de beruchte " Musicians Union " die vaststelde dat er door niet-ingezetenen zonder werkvergunning werd gemusiceerd. Dit bleek genoeg reden voor uitzetting, en zo kwam er een vroegtijdig einde aan het engelse avontuur en aan het duo. . Om even af te kicken ging Don een tijdje naar Spanje en schreef daar een aantal nieuwe songs waarmee hij na tergkeer in Nederland een auditie aanvroeg bij het toenmalige " Phonogram ". Hier werkte nog niet zo heel lang Boudewijn de Groot als producer, en hij zocht nieuw talent voor zijn artiesten-stal. De nummers werden beluisterd, en als eerste single werd "Miss America " opgenomen. Het nummer is een protest tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam en het imperialisme in het algemeen. Deze single kwam redelijk hoog in de tip-parade, maar bleef daar steken. Het zelfde lot was ook de volgende single " Like to know a bit about you " beschoren. Desondanks werd begonnen met de opnamen van het album "Swimming into deep water ", waarvan de titelsong in 1972 als single werd uitgebracht. Dit nummer bereikte de elfde plaats in de top 40 en stond zelfs in de top tien in Belgie. Ook werden er singles verkocht in vele andere landen ook al kwam de plaat daar niet zo hoog.
Natuurlijk kwam er tegen die tijd veel vraag naar optredens in den lande, en zo werd de draad weer opgepakt van het spelen in bandjes, maar nu met o.a. goede muzikanten als Hans de Rijbel op drums, en Ed Evers op basgitaar in de groep " Rain ". Er kwamen ook TV -optredens zoals in " Op losse groeven " en
" Top -Pop ", het  populairste-pop-programma in die tijd, gepresenteerd door Ad Visser. Nu de opnamen voor het album klaar waren, was er ook tijd voor het schrijven voor anderen, en dit resulteerde in twee songs voor de zangeres Anneke Konings (Andeane), die in 1972 de nummers " Lovers Bye bye " en " It's not right " uitbracht. Het nummer " Lovers bye bye " werd door haar met groot orkest uitgevoerd op het European Knokke Songfestival in 1972. Teven werd in 1974 door Don als co-producer samen met muzikant Franklin Kennedy gewerkt aan de succesvolle single " Wij willen WW " van Henk en de Stainless Steelband
( foto ). Inmiddels werd er samen met Boudewijn een nieuw nummer uitgekozen als opvolger voor " Swimming into deep water ", maar dit nummer, " A nickel and a Dime " vond men bij de A & R -afdeling niet geschikt. In plaats daarvan werd toen een naar Don's idee te soft nummer van het album als single uitgebracht ,
nl. " Every minute Lady ". Dit nummer komt echter weer niet verder dan een tip. Hierna heeft Don er niet meer zo'n zin in en zegt zelf zijn contract met Phonogram op. Maar zoals zovaak krijgt hij na een paar jaar 'second thoughts' en neemt voor CBS toch weer een single op, nu eens een kerstnummer " Christmas 1979 " dat veel gedraaid wordt maar geen airplay-tijd genoeg krijgt om echt te scoren. Hierna volgen nog de singles " Jayne ", en veel later de singles " Al mijn liefde " in 1998 en " De wereld " in het voorjaar van 2005. Vervolgens verschijnt in dat jaar ook nog het album ‘Sprong in ‘t Duister’ dat net als de laatste singles Nederlandstalig is, en deels protestsong-teksten bevat.
Als om de cirkel weer rond te maken is er dan nu tenslotte een Engelstalig album waarmee Don toch maar weer toegeeft aan zijn hang naar het schrijven van Engelstalige ballad-achtige songs, het genre waarmee hij ooit in de jaren ’70 begonnen is.